KanaalkeuzeDe kanaalkeuze is een onderdeel van het gehele proces van het kanaalgedrag van de klant. In deze fase van het proces kiest de burger een bepaald kanaal. De kanaalkeuze leidt vervolgens tot het gebruik van een bepaald kanaal. Na afloop van het gebruik evalueert de klant het kanaal en proces. Deze evaluatie leidt tot ervaringen met het kanaalgebruik. Deze ervaringen tot slot kunnen toekomstige kanaalkeuzes weer mede bepalen. Om te komen tot Optimale dienstverlening kunnen overheden besluiten om het kanaalgedrag van burgers te beïnvloeden (Kanaalsturing). Dat kan met verschillende instrumenten. Die instrumenten grijpen in op de kanaalkeuze (en het kanaalgebruik van burgers). Doel is dat zij van de door de overheidsorganisatie gewenste kanalen gebruik gaan maken.
AchtergrondBurgers kunnen op verschillende manieren bij de overheid terecht. Bij de opkomst van Internet heerste de gedachte dat burgers snel een voorkeur zou ontwikkelen voor dat kanaal. Oorzaak van deze misvatting was het aantal (gepercipieerde) eigenschappen van het kanaal. Denk aan de 24/7 beschikbaarheid van het kanaal en de enorme informatiecapaciteit van het world wide web. Ondanks het succes van een aantal elektronische diensten en de enorme aantallen bezoekers op overheidswebsites, blijven veel mensen gebruik maken van de traditionele dienstverleningskanalen (balie en telefoon). Er zijn twee kanaalkeuze processen mogelijk:
In grote lijnen beïnvloeden vier factoren de kanaalkeuze:
De twee processen en de verschillende factoren kunnen gemodelleerd worden in een model voor kanaalkeuze. ResultatenOp dit moment kiezen burgers nog steeds vooral traditionele dienstverleningskanalen. Hierbij heeft de telefoon de voorkeur. Als gekeken wordt naar het kanaal dat burgers het liefst zouden gebruiken, dan valt op dat zij liever iets meer zouden willen e-mailen met de overheid. Burgers zijn in eerste instantie op zoek naar een snel en gemakkelijk verkregen antwoord. Om dat doel te bereiken is men geneigd om een kanaal te kiezen op basis van gewoonten en emoties. Ook spelen situationele factoren, zoals de hoeveelheid tijd en de afstand tot de dienstverleningskanalen een belangrijke rol. In tweede instantie, als men er via het eerste kanaal niet uitkomt, gaat men nadenken en kiest men een kanaal op basis van een meer zorgvuldige afweging over de passendheid tussen kanaal en taak. In dit proces spelen vooral de eigenschappen van het vraagstuk een rol en verdwijnt de invloed van situationele en emotionele factoren. De situationele en emotionele factoren blijken het sterkst van invloed te zijn op de kanaalkeuze. Vooral de afstand tot het kanaal is daarbij van belang, burgers zijn eerder geneigd het kanaal te kiezen dat dichtbij is. Verder zijn hoogopgeleiden eerder geneigd om rationeel te handelen en laten ouderen zich meer leiden door hun gewoonten. ConclusiesDe kanaalkeuze is aanzienlijk complexer dan vaak wordt gedacht. Het is niet zozeer een vraagstuk van het koppelen van een type vraag aan een soort kanaal. Het is veelmeer een spel waarin de rationele afweging tussen kanaal en vraagstuk weliswaar een centrale rol heeft, maar sterk gestuurd wordt door de persoonlijke kenmerken van de burger en de situationele context van de kanaalkeuze. Huidige kanaalsturings- en inrichtingsprincipes gaan sterk uit van een kanaaloriëntatie. Zo wordt in veel kanaalsturingscampagnes de nadruk gelegd op (potentieel) positieve karakteristieken van, vooral, de elektronische kanalen. Ook wordt in communicatieve sturing sterk feitelijk en zakelijk gecommuniceerd. Maar het is maar de vraag of dit appelleert aan het gedrag van burgers. Dat wordt veelmeer gestuurd wordt door gewoontes, emoties en de situatie. Tips
Meer weten
|