KanaalgebruikBurgers gebruiken in hun contact met de overheid diverse kanalen. Welke kanalen gebruiken burgers nu eigenlijk het meest en is dit kanaalgebruik in de afgelopen jaren gewijzigd? Komt dat wat burgers zeggen (kanaalkeuze) ook daadwerkelijk overeen met hun gebruik van de kanalen? Kanaalgebruik is een onderdeel van het gehele proces van het Kanaalgedrag van de klant. In deze fase van het proces gebruikt de klant daadwerkelijk een bepaald kanaal in zijn contact met een overheidsorganisatie. Bij het kanaalgebruik draait het om het bepalen waarvoor burgers kanalen gebruiken, of het gebruik verandert en in hoeverre er zogenaamde cross-channel effecten zijn.
AchtergrondUit historische kanaalgebruikgegevens blijkt dat het persoonlijke (balie) contact met de Nederlandse overheid afneemt. Het telefonische en elektronische contact met de overheid neemt toe. Het gebruik van de post neemt sterk af. Ook worden burgers steeds meer multichannellers; ze gebruiken meerdere kanalen gedurende het dienstverleningsproces. Naast het algemene kanaalgebruik blijkt dat klanten geneigd zijn kanalen voor specifieke diensten of doeleinden te gebruiken. In het geval van simpele informatie, producten en diensten zal het web het meest gebruikt gaan worden. In het geval van complexere diensten of behoeften ligt dat anders. Daar is namelijk veel ondersteuning bij nodig. Daarvoor zullen persoonlijkere kanalen zoals de balie en de telefoon het belangrijkst zijn. Ook is er sprake van onderlinge afhankelijkheden tussen de kanalen. Dit heet ook wel cross-channel invloeden. Het gedrag van klanten in kanaal a beïnvloedt het kanaalgebruik van klanten in kanaal b. Medewerkers zouden dus bijvoorbeeld burgers via de balie kunnen helpen met het online kanaal. Tot slot, zijn klanten vaak tevredener als organisaties diensten via verschillende kanalen aanbieden. Vooral de complexe behoeften worden beter bediend door een combinatie van servicekanalen. ResultatenIn de onderzoeken van Kanalen in Balans is gekeken naar welke kanalen burgers werkelijk gebruiken. De uitgaande en inkomende post betreft meer dan de helft van het aantal klantencontacten. Indien de post niet meegenomen wordt, is de website de grote favoriet. Het procentuele gebruik van de balie is minimaal. In het algemeen zijn de website, telefoon en de post de belangrijkste kanalen. De telefoon wordt veel gebruikt in geval van urgentie. De balie in het geval van afspraken, complexe vragen, administratieve handelingen of om stukken te overleggen. Over de tijd neemt het gebruik van het elektronische kanaal toe ten koste van de post, telefoon en wellicht de balie. Deze uitkomst is verrassend gezien de heersende gedachte dat burgers multichannelers zijn. De migratie van diensten – met relatief simpele informatie of handelingen die men vaak uitvoert – naar het internet kan leiden tot een reductie van het gebruik van andere kanalen. Ook is er een hoge mate van samenhang tussen de kanalen. De digitale kanalen lijken vooralsnog additioneel te zijn aan de traditionele kanalen. Meten van kanaalgebruikHet inzichtelijk krijgen van de relaties tussen de kanalen geeft een organisatie belangrijke informatie voor het vormgeven van de dienstverlening via de kanalen (zie hiervoor ook meetontwerp). Hierbij zou men eigenlijk altijd uit moeten gaan van de eigen gegevens en bij voorkeur van objectieve gegevens. Voor het meten van het gebruik zou u de volgende richtlijnen kunnen aanhouden.
De externe en interne gebeurtenissen zullen een effect hebben op het kanaalgebruik van klanten. Indien deze gebeurtenissen een vast patroon kennen (uitbetaling kinderbijslag bijvoorbeeld), kan op basis hiervan en het historisch kanaalgebruik het toekomstig kanaalgebruik per kanaal worden voorspeld. Tips
Meer weten
|