In de bedrijfsarchitectuur adresseert u de volgende aspecten:
- Klanten: wie zijn uw klanten, wat zijn de groepen die u daarin onderscheidt, welke producten en diensten horen daarbij?
- Producten en diensten: wat zijn de producten en diensten die u levert aan welke klanten, langs welke kanalen doet u dat, wat is de samenhang tussen verschillende producten/diensten?
- Kanalen: welke kanalen bedient u als organisatie, wat zijn de kenmerken van die kanalen?
- Relatie met externe partijen: met wie werkt u samen in dienstverleningsketens, hoe wordt dat gecoördineerd, welke taken heeft u uitbesteedt aan anderen?
- Bedrijfsfuncties en -processen: welke bedrijfsfuncties onderscheidt u in de organisatie, wat zijn de bedrijfsprocessen waarin u klantcontact heeft, en hoe zijn die verbonden met de back-office processen?
- Materie: de kennis, rekenregels, bepalingen, procedures e.d.
- Organisatie: waar en hoe zijn welke verantwoordelijkheden in de organisatie neergelegd?
- Informatiestromen: hoe lopen de informatiestromen door de organisatie en daarbuiten, wie moeten de beschikking hebben over welke informatie, hoe wordt klantinformatie gedeeld in de organisatie, hoe zorgt u voor eenduidige informatie naar buiten?
U maakt van deze verschillende aspecten één samenhangend architectuurontwerp, dat u integreert met de applicatie- en technologiearchitecturen.
Achtergronden en hulpmiddelen
Bij het beschrijven van een bedrijfsarchitectuur, in samenhang met de applicatie- en technologiearchitectuur, kan gebruik gemaakt worden van architectuurbeschrijvingstalen zoals ArchiMate.
Meer specifiek voor kanaalarchitecturen geeft de patronencatalogus van Kanalen in Balans een aantal nuttige oplossingen.