ArchitectuurontwerpIn de ontwerpaanpak als onderdeel van het ontwikkelproces onderscheiden we drie veelvoorkomende typen architecturen:
Deze architecturen moeten in onderlinge samenhang worden ontwerpen. Binnen deze drie architectuursoorten bevinden zich een aantal architectuurlagen die elk hun eigen belang hebben. Die vormen samen een lagenmodel voor kanaaloplossingen. Op de schaal van de hele organisatie of een groot deel daarvan vormen ze samen de zgn. enterprise-architectuur van de organisatie. Die enterprise-architectuur geeft voor individuele projecten daarbinnen de grenzen en randvoorwaarden aan. Vaak gebruiken we een projectstartarchitectuur (PSA) waarin dit wordt vastgelegd. Toepasselijke architectuurprincipesVoor het ontwerpen van de nieuwe situatie kunt u gebruik maken van diverse hulpmiddelen. Belangrijke randvoorwaarden worden gegeven door architectuurprincipes. Uit de verzameling principes die de organisatie hanteert, moet u voor de huidige ontwerpstap die principes selecteren die hier van toepassing zijn.Bekijk daarvoor het werkingsgebied van de principes ten opzichte van de scope van de huidige ontwikkelstap. Wat zijn de regels en randvoorwaarden waar we ons aan moeten houden? ArchitectuurpatronenBij het ontwerpen van architecturen zijn architectuurpatronen erg nuttig. Een architectuurpatroon geeft een generieke oplossing voor een veel voorkomend probleem, vastgelegd in een gestructureerd formaat. Voor het ontwerpen van multichannel-oplossingen kunt u gebruik maken van een verzameling Kanaalpatronen. |